De externe stage

Leerlingen die op grond van hun ontwikkeling en competenties waarschijnlijk na hun schooltijd doorstromen naar betaald werk wordt in het jaar dat zij 17 worden de AWIT afgenomen. Deze beroepsinteressetest geeft aan naar welke werkrichting de interesse van de leerling uitgaat. De stageleraar probeert met deze testgegevens een stageplaats te vinden die hier op aansluit. De school beschikt over een netwerk van stageplaatsen. Soms moet er een geheel nieuw stageadres gezocht worden. Na telefonisch contact wordt er een afspraak gemaakt waar stagiair en stagegever met elkaar kunnen kennismaken. De stageleraar verschaft informatie over het doel van de stage, informatie over de leerling en over de af te sluiten stageovereenkomst. Als alle partijen het met elkaar kunnen vinden wordt door betrokkenen de stageovereenkomst getekend. Dit geeft rechten, maar schept ook verplichtingen voor alle partijen. Na zes weken bespreekt de stagecoördinator met de stagegever of de stage gecontinueerd wordt. Als een stage voortgezet wordt maken we afspraken over de tijdsduur van de stage, het aantal keren dat de stageleraar voor een begeleidingsgesprek komt, en hoe de stage afgesloten wordt. De school probeert stageplaatsen te regelen die minimaal voor een half jaar een plaats bieden. Dan is voor onze leerlingen het leereffect het grootst. In de begeleidingsgesprekken gebruikt de stageleraar een (tussen)evaluatieformulier om de ontwikkeling van de stagiair te volgen. Deze ontwikkeling wordt geregistreerd in een stageleerlingvolgformulier dat hiervoor ontwikkeld is. Hierin staan de leerdoelen/ aandachtspunten van de stagiair. Bij de eindevaluatie van de stage krijgt de leerling een schriftelijke beoordeling van het bedrijf die besproken wordt in het eindbeoordelingsgesprek waar leerling, stagegever en stageleraar bij aanwezig zijn. De ontwikkeling die een stagiair heeft doorgemaakt, zijn beroepswensen en de kennis van de stageleraar leiden naar een volgende stage. Leerlingen lopen minimaal één dag stage in de week, maximaal vier dagen in de week. Dit is afhankelijk van het perspectief op (betaald) werk en de tijd die zij nog te gaan hebben voordat zij de school verlaten en gaan werken.